© Cover & vormgeving door Shanna Coppens

Choreopoem
Memento
Woordfestival 2026

Het thema 'Absurditeit' van deze festivaleditie zocht naar de randen van de werkelijkheid. Alice schreef de tekst 'Profiteurspandemie', die ze ook bracht in de vorm van een choreopoem samen met Babs Gons, Leonie De Clercq en Maite Vanthournout.

Profiteurspandemie

 

“Volgende!”

 

Voor mijn kantoor is het aanschuiven,

een raadgever van zakkenvullers is immers felbegeerd en veelbevraagd.

 

Geen zorgen, mijn assistent komt bij je langs,

trekt een papieren zak over je hoofd, hier wil je niet herkend worden.

 

Laat je gsm, laat je waardigheid achter in het kluisje,

leeg je geweten bij het gevaarlijk afval,

foto’s en videos niet toegestaan.

Je eurostuk krijg je terug na afloop.

 

Kom op tijd of verlies je plek,

321 cliënten per dag is de grens.

 

“Kom binnen”,

zeg ik.

 

“Dankuwel”,

zeg jij.

 

We reciteren een replica van de 311 gesprekken voor het jouwe:

 

“Ik ben niet ziek”,

zeg jij.

 

“Ik weet het”,

antwoord ik.

 

Jij weet dat ik daar een oplossing voor heb en

ik weet dat jij daar een oplossing voor zoekt en

jij weet dat ik weet dat jij zo niet verder kunt,

maar ik weet dat jij weet dat jij verder moet

tot we allemaal weten waar het eindigt.

 

Ik kijk rond en buig voorover,

laat de woorden je gehoorgang in glijden.

 

“Is het zo eenvoudig?”,

vraag jij mij.

 

Bemoedigend knik ik je toe.

 

Ik zie je opluchting in de vorm van een ‘o’,

je mond vormt je toekomstige, maandelijkse bijdrage aan de maatschappij.

Ik zie je twijfel, maar dan span je je buikspieren,

duw je je ademhaling naar je borstkas, vergeet dat je een lichaam bent.

 

“Dat is een goed begin. Laat me je helpen”,

 

spreek ik je toe en sla geoefend

mijn handpalm om je achterhoofd,

druk je gezicht in het diagnostisch, statistisch, theoretisch, expressionistisch, bureaucratisch handboek van psychiatrische, neurologische, psychosomatische, psychopatische, opportunistische, socialistische aandoeningen.

 

Terwijl ik in je ruggenmerg graaf, waarschuw ik: 

 

“Dit kan even pijn doen. Ik plet je prefrontale cortex, snoer je zenuwstelsel aan. Het is zo gebeurd.”

 

Onder mijn palmen ontstaat een 300 PK valmachine, een gedrocht van het absolute minimum. Met de tanden van mijn kantoorsleutel tatoeëer ik een kaart van achterdeuren op je buik.

 

“Het is zo gebeurd.”

 

Na afloop val jij mij snikkend om de hals, verheugd dat ik jou een leven gaf.

Ik aai je schouder,

geef je je profiteerattest

en wens je een fijne vakantie.

 

Voor je wegstapt, vraag je me:

 

“Bent u een arts?”

 

Ik glimlach zachtmoedig:

 

“Ik ben de vijfde ruiter van de apocalyps,

de godin van de uitbuiters, parasieten, nietsnutten, zakkenvullers, fantasten, schooiers en kapitalismehaters. Natuurlijk ben ik een arts.”

 

“Volgende!”

© Alice Boudry

Scroll to Top